Om de week schrijf ik in de zaterdagbijlage van de Leeuwarder Courant een column. De onderwerpen variëren, maar bevatten meestal een antropologische beschrijving van alledaagse zaken. 

Dit is onze nieuwe columniste Anne-Goaitske Breteler: Antropologe op 'e klaai

Door naar anderen te kijken leerde cultureel-antropologe Anne-Goaitske Breteler misschien nog het meest over zichzelf. Vandaag debuteert ze als LC-columniste.

Anne-Goaitske Breteler was met stomheid geslagen. Dit was toch Amsterdam? Haar studiestad? Bolwerk van diversiteit, de plek waar vrijheid in doen en laten in de trapgevels gebeiteld stond?

Waarom conformeerden dan zoveel jonge vrouwen zich aan de uitdossingen van dezelfde hipstertrend? Deden ze massaal hun best om te voldoen aan ,,in standertbyld’’, waarvan kekke kapiteinspetjes en bruine, verantwoorde Marqt-handtasjes de belangrijkste uitingsvormen waren?

Breteler moest concluderen: haar beeld van de stedelijk-modieuze uitbundigheid berustte op een vooroordeel. De hoofdstad had de aanname van het plattelandskind gelogenstraft.

De verschillen tussen stad en platteland. De wederzijdse beeldvorming, vol karikaturen en misvattingen. Het is razend interessante kost voor cultureel-antropologe, historica en schrijfster Breteler.

Zaterdag debuteert de 23-jarige kunstenaarsdochter als columniste vann de Leeuwarder Courant. Eens in de twee weken schrijft ze op onze website over wat haar bezighoudt.

‘Heerlijk om terug te zijn’

Breteler groeide op in Nes (NEF) en woont sinds kort met vuilnisbakkenras Willem (,,In soarte fan stabij sûnder poatsjes.’’) even buiten Ternaard, op de plek waar vader Gerrit atelier hield. Ze vindt het na vijf jaar studeren in Amsterdam heerlijk om terug te zijn in de Friese noordoosthoek. De wind die rond het huis jaagt, onophoudelijk, gevoelsmatig van vier kanten tegelijk. Het Wad, waarvan de ziltheid haar keuken binnenwolkt zodra ze een raam openzet. Thuis.

Die hang naar het vertrouwde lijkt wat paradoxaal voor iemand die het sociale gedrag van volken en bevolkingsgroepen bestudeert. Was ze als antropologe niet liever naar exotischer oorden afgereisd om studie te maken van amper ontgonnen, verre culturen?

Breteler: ,,Yn ’e antropology leare jo oer oare kulturen, oer oare folkeren. Mar júst dêrtroch rekke ik ynteresearre yn myn eigen kultuer. Wêrom sjogge wy op in bepaalde manier tsjin oaren oan? Wat seit dat oer ússels?’’ Haar studie hield haar een spiegel voor. Ze leerde haar eigen standpunten te bevragen en bij te stellen. Niet per se op wereldschaal – als famke fan ’e klaai in Osdorp vond ze al materiaal genoeg.

Maar hoe intensiever Breteler banden met Amsterdam aanging, des te meer voelde ze zich Fries, schrijft ze in haar eerste column. Een stadse is ze dan ook niet geworden. Een hip tasje van grootgrutter Marqt heeft ze evenmin. ,,Wy ha hjir Johannes fan ’e SPAR. Dat is dochs folle leuker?’’

Door: Wieberen Elverdink, in LC op 29 februari 2020.